Waarom krachttraining je pees herstelt.

Zwaar krachttraining verandert letterlijk de structuur van je peesweefsel op microscopisch niveau. Wetenschappelijk onderzoek bij mensen met jumpers knee toont aan dat heavy slow resistance training zorgt voor grotere, beter georganiseerde collageen vezels. Voor de training zien we op microscopisch niveau dunne, wanordelijke collageen structuren. Na twaalf weken krachttraining zijn deze vezels dikker, steviger en beter georganiseerd. Dit verklaart waarom krachttraining de gouden standaard is bij peesklachten zoals jumpers knee, achillespees, tenniselleboog en andere tendinopathieën. Bij PeesExpert Chris in Katwijk gebruiken we deze wetenschappelijke inzichten om effectieve behandelprogramma's op te stellen die je peesweefsel daadwerkelijk verbeteren.

Je hebt het waarschijnlijk al gehoord van je fysiotherapeut: “Je moet krachttraining doen voor je pees.” Misschien doe je al weken excentrische oefeningen voor je jumpers knee of achillespees. Maar vraag je je wel eens af: waarom helpt dit eigenlijk? Wat gebeurt er precies in je pees tijdens die soms pijnlijke oefeningen?

Een baanbrekende studie publiceerde microscopische beelden die precies laten zien wat er gebeurt met je peesweefsel na twaalf weken heavy slow resistance training. Het antwoord is fascinerend en geeft ons eindelijk visueel bewijs waarom krachttraining de gouden standaard is bij peesklachten. In deze blog neem ik je mee in de wereld van peesweefsel op cellulair niveau en laat ik je zien wat er werkelijk verandert als je de juiste oefeningen doet.

schematische weergave van peesweefsel en verandering van peesweefsel na krachttarining

Laten we beginnen met wat er mis is in een pees met klachten. Als we onder de microscoop kijken naar peesweefsel van iemand met jumpers knee of een andere tendinopathie, zien we een karakteristiek beeld. Het collageen, normaal gesproken het sterke bouwmateriaal van je pees, ziet er wanordelijk en gedegenereerd uit.

Collageen is het meest voorkomende eiwit in je lichaam en vormt de basis van bindweefsel zoals pezen. Stel je collageen voor als sterke touwen die parallel naast elkaar lopen. In een gezonde pees liggen deze collageen vezels netjes georganiseerd in dezelfde richting, perfect afgestemd op de trekkrachten die de pees moet weerstaan. Deze organisatie geeft de pees zijn kracht en veerkracht.

Bij peesklachten raakt deze organisatie verstoord. Op microscopisch niveau zien we dat de normale collageen structuur plaats heeft gemaakt voor een chaotisch patroon. De collageen vezels zijn dunner, wanordelijk gerangschikt, en het weefsel bevat abnormale structuren die er niet horen te zijn.

Wat zien we specifiek? Ten eerste is er desorganisatie. De collageen vezels lopen niet meer parallel maar kriskras door elkaar. Dit is alsof je sterke touwen hebt vervangen door een wirwar van slierten. De trekkracht kan niet meer efficiënt worden doorgegeven. Ten tweede zien we dunnere vezels. In plaats van stevige dikke collageen bundels, zijn de vezels dunner en zwakker. Minder dikte betekent minder kracht.

Ten derde ontstaan er abnormale zones. Gebieden waar het normale peesweefsel is vervangen door minderwaardige structuren. Dit kunnen zones zijn met te veel grondsubstantie, gebieden met verhoogde celactiviteit, of delen met desorganiseerd collageen type III in plaats van het superieure type I. Ook zien we vaak verhoogde vascularisatie, abnormale bloedvaten die de pees ingroeien waar ze eigenlijk niet horen. Deze bloedvaten gaan vaak gepaard met zenuwweefsel, wat de pijn verklaart.

Deze structurele veranderingen ontstaan door een verstoord evenwicht tussen belasting en herstel. Wanneer je pees overbelast wordt zonder adequate hersteltijd, ontstaan er microscopische scheurtjes. Normaal repareert je lichaam deze schade, maar bij chronische overbelasting of te snel hervatten van activiteit, loopt het herstelproces vast. Het resultaat is een pees die probeert te herstellen maar dat verkeerd doet, met wanordelijk collageen als resultaat.

Nu we weten wat er mis is, komen we bij de oplossing: heavy slow resistance training. Dit is niet zomaar een modieuze training methode, maar een specifiek protocol gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar hoe peesweefsel adapteert aan mechanische belasting.

Heavy slow resistance training, vaak afgekort tot HSR, is een vorm van krachttraining met specifieke kenmerken. Het woord heavy verwijst naar het gewicht, we werken met hoge belastingen, typisch 70-85 procent van je maximale kracht. Dit is zwaar genoeg om echte adaptatie te forceren maar niet zo zwaar dat je maar een paar herhalingen kunt doen.

Het woord slow verwijst naar de bewegingssnelheid. Elke herhaling duurt 6 seconden, 3 seconden omhoog en 3 seconden omlaag. Deze langzame beweging zorgt voor langdurige mechanische spanning op het peesweefsel. Resistance betekent weerstand, we gebruiken externe belasting zoals gewichten, machines of elastieken om weerstand te creëren.

Een typisch HSR protocol ziet er zo uit: drie tot vier sets per oefening, acht tot twaalf herhalingen per set, elke herhaling 6 seconden, drie tot vier keer per week training, progressieve opbouw over twaalf weken. De oefeningen zijn gericht op de aangedane pees. Bij jumpers knee doen we squat varianten en been extensies. Bij achillespees problemen doen we calf raises. Bij tenniselleboog doen we pols extensie oefeningen.

Het werkingsmechanisme is gebaseerd op mechanotransductie, het proces waarbij mechanische belasting wordt omgezet in biochemische signalen. Wanneer je een pees belast, registreren de peescellen deze mechanische spanning. Ze interpreteren dit als een signaal dat de pees versterking nodig heeft en starten herstelprocessen.

De zware belasting zorgt voor voldoende mechanische stimulus om daadwerkelijk adaptatie te forceren. Lichte belastingen stimuleren onvoldoende. De langzame beweging zorgt voor lange tijd onder spanning, wat de mechanische stimulus versterkt. Daarnaast voorkomt de langzame beweging piekbelastingen die tot nieuwe schade kunnen leiden.

De frequentie van drie tot vier keer per week zorgt voor regelmatige stimulus zonder overbelasting. Pezen hebben tijd nodig om te adapteren, maar te veel rust laat de adaptatie weer wegebben. De progressieve opbouw over twaalf weken geeft de pees tijd om structurele veranderingen door te voeren. Peesweefsel adapteert langzaam, sneller gaan werkt niet.

Nu komen we bij het fascinerende deel. Wat gebeurt er na twaalf weken heavy slow resistance training met die wanordelijke peesstructuur? De microscopische beelden tonen dramatische veranderingen.

Het meest opvallende verschil is de verbetering in collageen organisatie. Waar we voor de training dunne, wanordelijke vezels zagen, zien we na training dikker, beter georganiseerd collageen. De vezels zijn gestegen in diameter, ze zijn dikker en steviger. Dit betekent meer trekkracht per vezel en dus een sterkere pees.

Ook zien we verbeterde parallelliteit. De vezels liggen weer meer in dezelfde richting gerangschikt, afgestemd op de mechanische belasting. De chaotische wirwar is vervangen door georganiseerde structuren. Daarnaast neemt de densiteit toe. Er is meer collageen per volume weefsel, minder abnormale zones met grondsubstantie. Het weefsel is compacter en functioneler.

Naast de verbeterde collageen organisatie, zien we ook normalisatie van andere aspecten. De abnormale bloedvaten en zenuwvezels die de pees waren ingegroeid, verminderen. Dit correleert direct met pijnvermindering. Patiënten rapporteren minder pijn naarmate deze abnormale innervatie afneemt.

Ook zien we verbetering in collageen type ratio. Het inferieure collageen type III dat was toegenomen tijdens de degeneratieve fase, wordt deels vervangen door superieur type I collageen. Type I is het normale, sterke collageen van pezen. De celactiviteit normaliseert ook. De verhoogde maar ineffectieve celactiviteit die we zien bij tendinopathie, verschuift naar normale, productieve activiteit gericht op onderhoud.

Deze microscopische verbeteringen vertalen zich naar meetbare functionele verbetering. Patiënten rapporteren significante pijnvermindering, vaak 50-70 procent na twaalf weken. Ook neemt de kracht toe, gemeten als maximale isometrische contractiekracht stijgt dit met 20-40 procent. De functie verbetert, mensen kunnen weer sporten, traplopen, hurken zonder beperkingen. En de kwaliteit van leven gaat omhoog, peesklachten beperken mensen enorm, herstel geeft vrijheid terug.

Dit brengt ons bij een cruciaal punt. Veel mensen met peesklachten krijgen het advies te rusten. “Geef je pees rust, dan geneest het vanzelf.” Maar de microscopische beelden laten zien waarom dit niet klopt. Rust kan de overbelasting stoppen en verdere schade voorkomen, dat klopt. Maar rust stimuleert geen actief herstel van die wanordelijke collageen structuur.

Zonder mechanische belasting krijgen peescellen geen signaal om nieuw, georganiseerd collageen aan te maken. Ze blijven in een soort slaaptoestand. Het abnormale weefsel blijft bestaan omdat er geen reden is om het te vervangen. Rust kan pijn verminderen door ontlasting, maar zodra je weer gaat belasten komen de klachten terug omdat de onderliggende structuur niet verbeterd is.

Onderzoek toont dit ook aan. Studies die rust vergelijken met actieve revalidatie tonen consequent dat actieve behandeling superieur is. Na rust blijft de peesstructuur abnormaal. Na HSR training zien we die structurele normalisatie die we eerder bespraken. Dit verklaart waarom mensen na maanden rust nog steeds klachten hebben, terwijl mensen die een krachtprogramma volgen wel herstellen.

Een belangrijke nuance: niet elke vorm van oefening geeft dezelfde resultaten. De specifieke kenmerken van HSR training zijn belangrijk voor optimaal herstel. Laten we kijken waarom andere benaderingen minder effectief zijn.

Lopen, fietsen, zwemmen op lage intensiteit zijn gezond maar stimuleren peesadaptatie onvoldoende. De mechanische belasting is te laag om de noodzakelijke signalen voor structurele verandering te genereren. Deze oefeningen kunnen wel helpen om de algemene conditie te behouden en bloedstroom te stimuleren, maar ze vervangen geen krachttraining voor peesherstel.

Veel herhalingen met licht gewicht, typisch fitness programma’s met 15-20 herhalingen, zijn ook suboptimaal. De belasting per herhaling is te laag. Je vermoeide wel je spieren maar stimuleert je pezen onvoldoende. Voor peesadaptatie heb je die zware belasting nodig die HSR biedt.

Aan de andere kant kan te zwaar ook problematisch zijn. Powerlifting achtige training met maximale gewichten en lage herhalingen geeft enorme piekbelastingen. Dit kan bij een reeds beschadigde pees tot verdere schade leiden. De slow component van HSR beschermt tegen deze piekbelastingen terwijl de totale mechanische stimulus toch hoog genoeg blijft.

Plyometrische oefeningen, springen, explosive bewegingen geven hoge impact belastingen in korte tijd. Voor een gezonde pees zijn dit goede trainingen, maar voor een beschadigde pees zijn ze te agressief. Eerst moet de structurele basis hersteld worden met HSR, daarna kunnen we plyometrics toevoegen in de laatste revalidatiefase.

Het HSR principe is universeel toepasbaar bij verschillende peesklachten. De specifieke oefeningen variëren, maar het principe blijft hetzelfde: zware, langzame, progressieve belasting.

Bij jumpers knee richten we ons op de quadriceps en patellapees. De hoofdoefening is de leg extension op een machine of met gewicht om de enkel. We starten vanaf 90 graden knieflexie en strekken de knie volledig, 3 seconden omhoog, 3 seconden omlaag. Ook decline squats zijn effectief, squats op een schuine plank waarbij de patellapees extra belast wordt.

De progressie verloopt over twaalf weken van lichte gewichten waar je 12 herhalingen mee kunt doen, naar zwaardere gewichten waar je nog net 8 herhalingen mee haalt. Pijn is acceptabel tot maximaal 3 op 10 tijdens oefening en mag niet langer dan 2 uur na de training aanhouden.

Voor de achillespees zijn calf raises de basis. We doen single leg calf raises op een traptrede of verhoging. Van maximale dorsiflexie (enkel naar scheen toe) naar maximale plantarflexie (op tenen staan), alles in 6 seconden. Bij insertional tendinopathie (klachten aan aanhechting bij hiel) beperken we de dorsiflexie range om compressie te vermijden.

Ook hier progressie van lichaamsgewicht naar extra gewicht via rugzak of halters. Bij ernstige klachten starten we met dubbelbeen variant en bouwen op naar enkelbeen.

Bij tenniselleboog focussen we op pols extensie. De onderarm rust op een tafel met de hand over de rand, palm naar beneden. We houden een gewicht vast en maken een pols extensie beweging. Van flexie naar extensie in 6 seconden. Ook reverse bicep curls waarbij we de biceps trainen met de palm naar beneden zijn effectief.

Bij schouderpezen gebruiken we oefeningen die de rotator cuff belasten. External rotation met elastiek of kabel, scaption (schouder abductie in scapula vlak), en prone horizontal abduction zijn effectief. Belangrijk is dat we werken binnen pijnvrije range en zeer geleidelijk progressie maken.

Het begrijpen van de herstel tijdlijn helpt realistische verwachtingen te scheppen. Peesweefsel adapteert langzaam, veel langzamer dan spierweefsel.

De eerste weken zijn lastig. Je pees moet wennen aan de nieuwe belasting. Pijn kan tijdelijk toenemen, dit is normaal zolang het binnen de richtlijnen blijft. Er zijn nog geen structurele veranderingen in de pees, de verbeteringen die je voelt komen vooral door neurologische adaptatie en pijnmodulatie.

Vanaf week vier beginnen de eerste structurele veranderingen. Peescellen worden actiever, collageen synthese neemt toe. Op microscopisch niveau begint de organisatie te verbeteren. Pijn neemt meestal merkbaar af in deze fase. Functie verbetert geleidelijk.

De structurele verbeteringen consolideren zich. De collageen vezels worden dikker, beter georganiseerd. Dit is de fase waarin we die microscopische veranderingen zien die in het onderzoek getoond worden. Pijn is vaak significant verminderd. Functie nadert het normale niveau.

Na twaalf weken HSR kunnen we de frequentie verminderen naar onderhoudsniveau. Twee keer per week is voldoende om de verbeteringen te behouden. We kunnen nu ook functionelere oefeningen toevoegen, sportspecifieke bewegingen, plyometrics indien relevant. Het doel verschuift van herstel naar performance.

Hoewel HSR voor de meeste mensen effectief is, zijn er ook non-responders. Waarom werkt het bij sommigen niet? Meestal zijn er duidelijke redenen te vinden.

Sommige mensen blijven te licht trainen uit angst voor pijn. Ze kiezen gewichten waar ze 15-20 herhalingen mee kunnen doen in plaats van 8-12. Dit is te licht voor optimale peesadaptatie. De mechanische stimulus is onvoldoende om structurele verandering te forceren.

Peesadaptatie vraagt om regelmatige stimulus. Mensen die een week wel trainen, dan twee weken niet, dan weer een keer, krijgen geen consistente adaptatie signalen. De pees begint te herstellen maar het proces stopt steeds weer.

Ongeduld leidt tot te snel gewicht verhogen. De pees heeft tijd nodig voor adaptatie. Te snelle progressie kan leiden tot nieuwe overbelasting en terugval. De twaalf weken tijdlijn is niet willekeurig, het is gebaseerd op hoe snel peesweefsel kan adapteren.

Training is de stimulus, maar herstel is waar de adaptatie plaatsvindt. Mensen die onvoldoende slapen, slecht eten, of chronische stress hebben, belemmeren hun herstelprocessen. De pees krijgt wel de stimulus maar niet de middelen om te herstellen, lees hier meer hierover

Sommige mensen doen hun HSR programma maar blijven daarnaast de activiteiten doen die de klachten veroorzaakten. Je kunt niet je achillespees rehabiliteren terwijl je vijf keer per week blijft hardlopen. Er moet een periode van relatieve rust zijn van de overbelastende activiteit, terwijl je wel HSR doet.

Bij PeesExpert Chris in Katwijk gebruiken we echografie om het herstelproces te monitoren. Echografie laat ons zien hoe je pees reageert op de training. We kunnen veranderingen in peesdikte meten, een dikke pees wordt vaak dunner naarmate het weefsel normaliseert. We zien verbetering in echo-texture, het abnormale donkergrijze beeld wordt helderder naarmate de structuur verbetert.

Ook kunnen we neovasularisatie monitoren, die abnormale bloedvaten nemen af naarmate de pees herstelt. Dit correleert met pijnvermindering. Power Doppler imaging laat ons die bloedstroom zien. Afname in signaal betekent afname in abnormale vascularisatie en dus verbetering.

Deze objectieve metingen helpen bij beslissingen over progressie. Als echo toont verbetering maar pijn blijft, kunnen we veiliger progressie maken. Als echo geen verbetering toont ondanks twaalf weken training, moeten we onze aanpak heroverwegen.

De microscopische beelden laten ons zien wat we altijd al vermoedden: peesweefsel herstelt niet vanzelf met rust. Het heeft mechanische stimulus nodig in de vorm van heavy slow resistance training. Deze belasting vertelt de peescellen om nieuw, georganiseerd collageen aan te maken ter vervanging van het wanordelijke, gedegenereerde weefsel.

Na twaalf weken zien we dramatische structurele verbetering op cellulair niveau. Dikkere collageen vezels, betere organisatie, normalisatie van weefselcompositie. Deze structurele verbetering vertaalt zich naar functioneel herstel: minder pijn, meer kracht, terugkeer naar activiteiten.

Dit principe geldt voor alle peesklachten, van jumpers knee tot achillespees, van tenniselleboog tot schouderpezen. De specifieke oefeningen verschillen, maar het onderliggende mechanisme blijft hetzelfde. Zware, langzame, progressieve belasting over minimaal twaalf weken.

Bij PeesExpert Chris in Katwijk gebruiken we deze wetenschappelijke inzichten om effectieve behandelprogramma’s op te stellen. Met echografie monitoren we je voortgang, we passen het programma aan je respons aan, en we zorgen dat je de juiste balans vindt tussen belasting en herstel. Want structureel herstel is mogelijk, maar alleen met de juiste aanpak.

De zware belasting (70-85% van maximaal) is nodig om voldoende mechanische stimulus te geven voor structurele peesadaptatie. Lichtere belasting traint wel je spieren maar stimuleert je peesweefsel onvoldoende om die microscopische structuurverbetering te bewerkstelligen.

Ja, lichte pijn is acceptabel. De richtlijn is maximaal 3 op een schaal van 10 tijdens oefening, en de pijn mag niet langer dan 2 uur na training aanhouden. Pijn is feedback dat je pees belast wordt, maar te veel pijn betekent overbelasting.

Minimaal twaalf weken intensieve training zijn nodig om structurele veranderingen te bewerkstelligen. Daarna kun je overschakelen naar onderhoudstraining (2x per week) om de verbeteringen te behouden. Stoppen met alle training laat de pees weer verzwakken.

In de eerste 6-8 weken is relatieve rust van de belastende sport verstandig. Daarna kun je geleidelijk je sport hervatten, maar blijf het krachtprogramma doen. De combinatie van herstel en geleidelijke return to sport is het meest effectief.

Excentrisch trainen (spier rekt terwijl hij aangespannen is) geeft ook hoge mechanische belasting aan de pees. Het Alfredson protocol voor achillespees is een vorm van excentrische training. HSR combineert excentrische en concentrische fases voor optimale stimulus.

Check eerst of je zwaar genoeg traint (8-12 herhalingen moet zwaar voelen), consistent genoeg (3-4x per week), en niet te snel progressie maakt. Als dit klopt maar er is geen verbetering, is professionele begeleiding met echografie monitoring aan te raden om te zien wat er gebeurt in je pees.

Veel mensen kunnen een HSR programma zelfstandig uitvoeren met goede instructies. Professionele begeleiding is aan te raden bij: ernstige klachten, onduidelijke diagnose, eerdere falende behandelingen, of als je twijfelt over de juiste uitvoering. Echografie monitoring kan waardevol zijn om progressie objectief te volgen.

Kongsgaard, M., Kovanen, V., Aagaard, P., Doessing, S., Hansen, P., Laursen, A. H., … & Magnusson, S. P. (2009). Corticosteroid injections, eccentric decline squat training and heavy slow resistance training in patellar tendinopathy. Scandinavian Journal of Medicine & Science in Sports, 19(6), 790-802. https://doi.org/10.1111/j.1600-0838.2009.00949.x

Kongsgaard, M., Qvortrup, K., Larsen, J., Aagaard, P., Doessing, S., Hansen, P., … & Magnusson, S. P. (2010). Fibril morphology and tendon mechanical properties in patellar tendinopathy: effects of heavy slow resistance training. The American Journal of Sports Medicine, 38(4), 749-756. https://doi.org/10.1177/0363546509350915

Beyer, R., Kongsgaard, M., Hougs Kjær, B., Øhlenschlæger, T., Kjær, M., & Magnusson, S. P. (2015). Heavy slow resistance versus eccentric training as treatment for Achilles tendinopathy: a randomized controlled trial. The American Journal of Sports Medicine, 43(7), 1704-1711. https://doi.org/10.1177/0363546515584760

Malliaras, P., Barton, C. J., Reeves, N. D., & Langberg, H. (2013). Achilles and patellar tendinopathy loading programmes: a systematic review comparing clinical outcomes and identifying potential mechanisms for effectiveness. Sports Medicine, 43(4), 267-286. https://doi.org/10.1007/s40279-013-0019-z

Lian, Ø. B., Scott, A., Engebretsen, L., Bahr, R., Duronio, V., & Khan, K. (2007). Excessive apoptosis in patellar tendinopathy in athletes. The American Journal of Sports Medicine, 35(4), 605-611. https://doi.org/10.1177/0363546506295702

Maffulli, N., Longo, U. G., Loppini, M., & Denaro, V. (2010). Current treatment options for tendinopathy. Expert Opinion on Pharmacotherapy, 11(13), 2177-2186. https://doi.org/10.1517/14656566.2010.495553

Rio, E., Kidgell, D., Purdam, C., Gaida, J., Moseley, G. L., Pearce, A. J., & Cook, J. (2015). Isometric exercise induces analgesia and reduces inhibition in patellar tendinopathy. British Journal of Sports Medicine, 49(19), 1277-1283. https://doi.org/10.1136/bjsports-2014-094386

Scott, A., Backman, L. J., & Speed, C. (2015). Tendinopathy: Update on pathophysiology. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 45(11), 833-841. https://doi.org/10.2519/jospt.2015.5884

Silbernagel, K. G., Thomeé, R., Eriksson, B. I., & Karlsson, J. (2007). Continued sports activity, using a pain-monitoring model, during rehabilitation in patients with Achilles tendinopathy: a randomized controlled study. The American Journal of Sports Medicine, 35(6), 897-906. https://doi.org/10.1177/0363546506298279

Visnes, H., & Bahr, R. (2007). The evolution of eccentric training as treatment for patellar tendinopathy (jumper’s knee): a critical review of exercise programmes. British Journal of Sports Medicine, 41(4), 217-223. https://doi.org/10.1136/bjsm.2006.032417

Christian Balkenende
Christian Balkenende

Mijn naam is Christian Balkenende, gespecialiseerd fysiotherapeut met een sterke focus op chronische peesklachten. Mijn grootste interesse ligt in het behandelen van peesproblemen, ondersteund met echografie. Door deze techniek kan ik precies zien wat er speelt in de pees en de behandeling daar nauwkeurig op afstemmen.

Artikelen: 19