Slijmbeursontsteking heup/ GTPS: oefeningen en opbouw per fase

Een "slijmbeursontsteking van de heup" is meestal een peesklacht (gluteale tendinopathie / GTPS), en die knapt niet op van rust of rekken. Wat wel werkt: je dagelijkse belasting slim aanpassen en je bilpezen stapsgewijs sterker maken met de juiste oefeningen, van isometrisch, via kracht door beweging, naar functionele en sportspecifieke belasting. Doseer op de reactie van je pees en houd vol. Zo bouw je van pijn naar belastbaarheid.

Heb je last van een slijmbeursontsteking van de heup en zoek je oefeningen die echt helpen? Dan ben je hier goed. Pijn aan de buitenkant van je heup, die opvlamt in bed op je zij, na een stuk lopen of bij het opstaan uit een lage stoel, is vervelend en soms hardnekkig. Toch is er goed nieuws: met de juiste oefeningen en een slimme opbouw kun je deze klacht meestal goed de baas.

In deze blog lees je eerst kort wat er echt aan de hand is. Daarna krijg je een compleet oefenprogramma in vier fases, met per fase concrete oefeningen, sets, herhalingen en aandachtspunten. Ook lees je welke fouten je herstel saboteren en hoe je weet of je goed doseert. Onderaan vind je veelgestelde vragen en de wetenschappelijke bronnen.

Sporter houdt de buitenzijde van de heup vast bij pijn door GTPS of slijmbeursontsteking van de heup.
  1. Wat is een slijmbeursontsteking van de heup precies?
  2. Herken je deze klachten?
  3. Waarom oefentherapie de beste keuze is
  4. Stap 1: pas je dagelijkse belasting aan
  5. De grootste valkuil: niet rekken
  6. Oefeningen per fase bij slijmbeursontsteking van de heup
  7. Hoe weet je of je goed doseert?
  8. Een voorbeeldweek
  9. Hoe lang duurt herstel?
  10. Veelgestelde vragen
  11. Bronnen

Belangrijk om mee te beginnen, want dit bepaalt je hele aanpak. Wat veel mensen een “slijmbeursontsteking van de heup” (trochanterbursitis) noemen, is meestal helemaal geen ontsteking van de slijmbeurs. Onderzoek laat namelijk zien dat de pijn aan de buitenkant van de heup in de meeste gevallen uit een peesprobleem van de bilspieren komt (Grimaldi & Fearon, 2015).

Anatomische afbeelding van de heup met gluteus medius en gluteus minimus geel gemarkeerd bij de aanhechting op de buitenzijde van de heup.
De gluteus medius en minimus spelen een belangrijke rol bij stabiliteit van de heup en kunnen betrokken zijn bij pijn aan de buitenzijde van de heup.

Concreet gaat het om de pezen van de gluteus medius en gluteus minimus. Deze pezen hechten aan op het botuitsteeksel van je dijbeen, de trochanter major. Wanneer die pezen overprikkeld raken, ontstaat er pijn en drukgevoeligheid. Artsen en therapeuten noemen dit gluteale tendinopathie, en samen met de omliggende structuren spreken ze van het greater trochanteric pain syndrome (GTPS).

Dat verschil is geen woordenspel, want het verandert je behandeling volledig:

  • Bij een echte ontsteking zou rust logisch zijn.
  • Bij een peesklacht werkt langdurige rust juist averechts. De pees heeft namelijk gedoseerde, opbouwende belasting nodig om sterker en pijnvrij te worden — precies waar de oefeningen in deze blog om draaien.

GTPS komt bovendien veel voor. Naar schatting krijgt 10 tot 25% van de mensen ermee te maken, en ongeveer een op de vier vrouwen boven de 50 loopt tegen deze klacht aan (Mellor et al., 2018). De impact wordt vaak onderschat: de klachten kunnen je kwaliteit van leven net zo sterk verlagen als ernstige heupartrose (Fearon et al., 2014).

De volgende signalen wijzen richting GTPS:

  • Pijn aan de buitenkant van de heup, soms uitstralend langs de buitenzijde van het bovenbeen.
  • Pijn bij liggen op je zij, vooral op de aangedane kant, maar soms ook op de andere zij.
  • Pijn bij belasten: traplopen, lang lopen, opstaan uit een lage stoel of lang op een been staan.
  • Drukpijn direct op het botuitsteeksel aan de zijkant van je heup.

Herken je jezelf hierin? Lees dan vooral verder, want dan is de kans groot dat de oefeningen hieronder voor jou geschikt zijn.

Op dit punt is de wetenschap opvallend duidelijk. In een grote, kwalitatief sterke studie (de zogeheten LEAP-trial) vergeleken onderzoekers drie aanpakken: educatie met oefeningen, een corticosteroidinjectie en simpelweg afwachten. De uitkomst was helder: de groep met educatie en oefentherapie deed het duidelijk beter, zowel na 8 weken als na 52 weken, dan zowel de injectie- als de afwachtgroep (Mellor et al., 2018).

Met andere woorden: een injectie geeft soms kortdurend verlichting, maar lost de onderliggende belastbaarheid niet op. Oefentherapie doet dat wel, en dat is precies waarom een goed opgebouwd programma de eerste keuze is.

Voordat je aan de oefeningen begint, is er een cruciale stap die veel mensen overslaan. De bilpezen raken namelijk niet alleen overprikkeld door beweging, maar vooral door compressie. Telkens als je heup naar binnen zakt (adductie), drukt je dijbeen de pezen tegen het botuitsteeksel. Die knijpende belasting houdt de klacht in stand (Cook & Purdam, 2012; Grimaldi & Fearon, 2015).

Beperk daarom houdingen met de heup “naar binnen”:

  • Sla je benen niet over elkaar en zit niet met je knieen strak tegen elkaar.
  • Sta niet “hangend” op een heup, met je bekken naar een kant gekanteld.
  • Slaap niet op de pijnlijke zij. Lig je op de goede zij, leg dan een stevig kussen tussen je knieen, zodat je bovenste heup niet naar binnen zakt.
  • Vermijd zeer lage of brede stoelen en het steeds “inzakken” bij stilstaan.

Deze aanpassingen kalmeren de pees. Daardoor krijgen je oefeningen pas echt de kans om aan te slaan.

Veel mensen krijgen het advies om de heup, de iliotibiale band of de piriformis te rekken. Bij een slijmbeursontsteking van de heup is dat vaak juist verkeerd. Rekken brengt je heup namelijk in adductie en verhoogt zo de compressie op de al geirriteerde pezen. Experts raden rekken bij dit type peesklacht daarom af (Grimaldi & Fearon, 2015; Cook & Purdam, 2012).

Voelt rekken “even lekker” maar flakkert de pijn er later door op? Beschouw dat dan als een duidelijk signaal om ermee te stoppen.

Herstel draait om het stapsgewijs opbouwen van de belastbaarheid van je bilpezen, terwijl je in het begin de compressie beperkt houdt. Hieronder vind je een oplopend programma in vier fases, met per fase concrete oefeningen.

Zie dit als een raamwerk. De precieze keuze, dosering en snelheid horen namelijk bij jouw situatie te passen. Ga pas naar een volgende fase als de huidige oefeningen goed en zonder nadraaiende pijn verlopen.

Algemene richtlijn: train rustig, adem door tijdens het aanspannen en houd je bekken recht. Voer bewegingen gecontroleerd uit en vermijd standen waarin je heup naar binnen zakt.

Doel: de pees geruststellen en de bilspieren activeren, zonder veel beweging of compressie. Isometrische oefeningen (aanspannen zonder te bewegen) zijn hiervoor ideaal en werken bovendien vaak pijndempend.

Oefening 1 – Isometrische heupabductie tegen de muur (staand) Ga zijwaarts naast een muur staan, met de aangedane heup van de muur af. Plaats een opgerolde handdoek tussen de muur en de buitenkant van je knie aan de kant die het dichtst bij de muur staat. Duw je been rustig zijwaarts tegen de muur, alsof je je been naar buiten wilt bewegen. Houd je bekken recht en zak niet in je heup.

  • Uitvoering: 5 herhalingen van 15–30 seconden vasthouden, op ongeveer 30–50% van je maximale kracht.
  • Aandachtspunt: het gaat om spanning, niet om beweging. Blijf ademen.
  • Frequentie: 1–2 keer per dag.

Oefening 2 – Isometrische abductie in ruglig met band Ga op je rug liggen met gebogen knieen en een elastische band net boven je knieen. Duw je knieen rustig naar buiten tegen de band en houd de spanning vast. Houd je heupen neutraal.

  • Uitvoering: 5 herhalingen van 15–30 seconden vasthouden.
  • Aandachtspunt: laat je knieen niet naar binnen vallen tussen de herhalingen door.

Oefening 3 – Isometrische bilbrug (hold) Lig op je rug, met je voeten plat op de grond op heupbreedte. Til je bekken rustig op tot je een rechte lijn maakt van knie tot schouder, en houd die stand vast.

  • Uitvoering: 5 herhalingen van 10–20 seconden.
  • Aandachtspunt: knijp je billen aan en duw niet vanuit je onderrug.

Doel: je bilspieren en pezen sterker maken over een groter bewegingsbereik, terwijl je de heup uit de provocerende adductiestand houdt. Ga pas naar deze fase als fase 1 pijnvrij lukt.

Oefening 1 – Heupabductie in zijlig (neutrale heup) Lig op je gezonde zij met licht gebogen heupen en knieen. Til je bovenste been rustig omhoog, iets naar achteren en licht naar buiten gedraaid, dus niet recht vooruit in adductie. Laat het daarna gecontroleerd weer zakken.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 8–12 herhalingen.
  • Aandachtspunt: houd je bekken stil en kantel niet naar achteren.

Oefening 2 – Bilbrug (dynamisch) Voer de bilbrug uit zoals de isometrische versie, maar nu til je het bekken herhaald op en neer. Bouw eventueel op met een band boven de knieen of naar een variant op een been.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 8–12 herhalingen.
  • Aandachtspunt: laat je bekken bovenin niet naar een kant hangen.

Oefening 3 – Staande bekkencontrole (hip hike) Ga met de aangedane kant op een lage traptrede staan, met het andere been vrij in de lucht naast de trede. Laat het vrije bekken rustig een klein stukje zakken en trek het daarna weer omhoog met je standbeen-bil.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 8–12 herhalingen.
  • Aandachtspunt: de beweging komt uit je bil, niet uit je romp.

Oefening 4 – Wandelen opbouwen Verdeel korte wandelingen over de dag en breid duur en tempo langzaam uit. Zo train je de pees functioneel, zonder pieken in belasting.

Doel: je bilspieren leren hun werk te doen tijdens dagelijkse en sportieve bewegingen, waarbij je een been moet dragen. Start deze fase zodra fase 2 stevig en pijnvrij verloopt.

Oefening 1 – Enkelbeenstand met bekkencontrole Sta op je aangedane been, eventueel met een vinger tegen de muur voor balans. Houd je bekken horizontaal en laat je heup niet naar buiten zakken.

  • Uitvoering: 3 sets van 20–30 seconden.
  • Aandachtspunt: denk aan “lang en recht” door de standheup.

Oefening 2 – Step-ups en step-downs Stap gecontroleerd op en van een lage verhoging. Let er vooral bij het afstappen op dat je knie en heup niet naar binnen vallen.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 8–10 herhalingen per been.
  • Aandachtspunt: begin laag en verhoog de trede pas als het goed gaat.

Oefening 3 – Squat naar split squat Begin met een squat op twee benen en breid daarna uit naar een split squat (een been voor, een achter). Houd je romp rechtop.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 8–12 herhalingen.
  • Aandachtspunt: stuur je knie recht boven je voet, niet naar binnen.

Oefening 4 – Sit-to-stand Sta herhaald op uit een stoel zonder je handen te gebruiken, en ga daarna gecontroleerd weer zitten. Verlaag de stoel geleidelijk om het zwaarder te maken.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 10 herhalingen.

Doel: als je sport of hardloopt, je belastbaarheid verder opbouwen tot je je activiteit weer klachtenvrij aankunt. Deze fase is niet voor iedereen nodig.

Oefening 1 – Zware heupabductie Bouw de abductie-oefeningen op met meer weerstand, bijvoorbeeld een zwaardere band of een apparaat in de sportschool.

  • Uitvoering: 3–4 sets van 6–10 herhalingen met stevige weerstand.

Oefening 2 – Bulgarian split squat Plaats je achterste voet op een bankje en zak daarna gecontroleerd door je voorste been. Dit belast je bil zwaar en functioneel.

  • Uitvoering: 3 sets van 6–10 herhalingen per been.

Oefening 3 – Hardloopopbouw of hopping Bouw hardlopen geleidelijk op in duur en tempo, met voldoende rustdagen ertussen. Voeg indien nodig eerst rustige sprong- en landingsoefeningen toe.

  • Aandachtspunt: let erop dat je heup bij de landing niet naar binnen zakt.

Oefening 4 – Gecontroleerd zijwaarts springen (lateral bounding) Spring rustig van de ene naar de andere voet en land stabiel, met een horizontaal bekken.

  • Uitvoering: 2–3 sets van 6–8 herhalingen per kant, alleen als het pijnvrij gaat.

De vraag is nooit “doet het pijn?”, maar “hoe reageert mijn pees op de belasting?”. Gebruik daarom deze praktische vuistregel:

  1. Enige pijn tijdens de oefening mag, zolang die mild en beheersbaar blijft.
  2. De pijn moet daarna weer wegzakken, en niet oplopen.
  3. Gebruik de volgende ochtend als kompas. Is je heup ’s nachts of de dag erna duidelijk pijnlijker of stijver, dan was de belasting te veel. Doe in dat geval een stap terug en bouw rustiger op.

Zo geef je de pees telkens een prikkel om sterker te worden, zonder hem over de kop te jagen. Consistentie over weken is uiteindelijk belangrijker dan af en toe een zware sessie.

Om je op weg te helpen, hier een eenvoudige weekopzet voor fase 2. Pas de invulling uiteraard aan op jouw niveau.

  • Maandag: krachtoefeningen fase 2 (2–3 sets) plus een korte wandeling.
  • Dinsdag: rust of een rustige wandeling; isometrische oefeningen indien nodig.
  • Woensdag: krachtoefeningen fase 2 (2–3 sets).
  • Donderdag: rust of wandeling.
  • Vrijdag: krachtoefeningen fase 2 (2–3 sets).
  • Weekend: actief herstel, wandelen en je houdingsadviezen toepassen.

Train dus om de dag kracht, zodat je pees tussendoor kan herstellen. Vaak is minder frequent, maar met voldoende prikkel, effectiever dan elke dag hetzelfde doen.

Wees geduldig, want peesklachten hebben tijd nodig. Een merkbare verbetering binnen enkele weken is realistisch, maar volledig herstel, zeker terugkeer naar sport, duurt bij GTPS vaak enkele maanden. Gelukkig blijven de resultaten van educatie en oefentherapie ook op langere termijn overeind (tot een jaar), wat laat zien dat blijvende verbetering echt mogelijk is (Mellor et al., 2018). De sleutel is dus niet snelheid, maar slim en consequent opbouwen.

Zelf verstandig opbouwen kan al veel doen. Toch is gerichte begeleiding verstandig als:

  • de klachten al lang bestaan of steeds terugkeren;
  • je twijfelt of het echt GTPS is (heuppijn kan ook uit je rug of heupgewricht komen);
  • je oefeningen doet maar niet vooruitkomt;
  • je terug wilt naar hardlopen of sport en een plan op maat wilt.

Een fysiotherapeut met kennis van peesklachten stelt de juiste diagnose, haalt de provocerende belasting eruit en bouwt samen met jou op tot je weer kunt wat je wilt.

Een “slijmbeursontsteking van de heup” is meestal een peesklacht (gluteale tendinopathie / GTPS), en die knapt niet op van rust of rekken. Wat wel werkt: je dagelijkse belasting slim aanpassen en je bilpezen stapsgewijs sterker maken met de juiste oefeningen — van isometrisch, via kracht door beweging, naar functionele en sportspecifieke belasting. Doseer op de reactie van je pees en houd vol. Zo bouw je van pijn naar belastbaarheid.


Meestal niet. Onderzoek laat zien dat de pijn aan de buitenkant van de heup vaak van een peesprobleem van de bilspieren komt (gluteale tendinopathie) en niet van een geisoleerde slijmbeursontsteking (Grimaldi & Fearon, 2015). Daarom pak je het ook anders aan.

Vaak een isometrische heupabductie: je duwt je been rustig naar buiten tegen weerstand en houdt de spanning even vast, zonder door te bewegen en met je heup neutraal. Deze oefening activeert de spieren en werkt vaak pijndempend, met weinig compressie.

Op de langere termijn wel. In een grote studie deed de groep met educatie en oefeningen het beter dan zowel een corticosteroidinjectie als afwachten, na 8 en na 52 weken (Mellor et al., 2018).

Meestal beter van niet. Rekken brengt je heup in een stand die de bilpezen juist samendrukt en de klacht kan verergeren (Cook & Purdam, 2012; Grimaldi & Fearon, 2015).

In zijlig zakt je bovenste heup makkelijk naar binnen, waardoor je de bilpezen tegen het bot drukt. Een stevig kussen tussen je knieen houdt de heup neutraal en vermindert die compressie.

Milde pijn tijdens het oefenen mag, zolang die daarna wegzakt. Is je heup de volgende ochtend duidelijk pijnlijker of stijver, dan was het te veel. Bouw dan rustiger op.

Enige verbetering binnen weken is realistisch, maar volledig herstel duurt vaak enkele maanden. Consequent en geleidelijk opbouwen is belangrijker dan snelheid, en de resultaten van oefentherapie blijven ook op langere termijn overeind (Mellor et al., 2018).

Vaak in aangepaste vorm. Volledig stoppen is meestal niet nodig; slim doseren en tijdelijk minder impact werkt beter. Bouw de belasting geleidelijk weer op zodra je pees dat toelaat.


Bronnen

Cook, J. L., & Purdam, C. (2012). Is compressive load a factor in the development of tendinopathy? British Journal of Sports Medicine, 46(3), 163–168. https://doi.org/10.1136/bjsports-2011-090414

Fearon, A. M., Cook, J. L., Scarvell, J. M., Neeman, T., Cormick, W., & Smith, P. N. (2014). Greater trochanteric pain syndrome negatively affects work, physical activity and quality of life: A case control study. Journal of Arthroplasty, 29(2), 383–386. https://doi.org/10.1016/j.arth.2012.10.016

Grimaldi, A., & Fearon, A. (2015). Gluteal tendinopathy: Integrating pathomechanics and clinical features in its management. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 45(11), 910–922. https://doi.org/10.2519/jospt.2015.5829

Grimaldi, A., Mellor, R., Hodges, P., Bennell, K., Wajswelner, H., & Vicenzino, B. (2015). Gluteal tendinopathy: A review of mechanisms, assessment and management. Sports Medicine, 45(8), 1107–1119. https://doi.org/10.1007/s40279-015-0336-5

Mellor, R., Bennell, K., Grimaldi, A., Nicolson, P., Kasza, J., Hodges, P., Wajswelner, H., & Vicenzino, B. (2018). Education plus exercise versus corticosteroid injection use versus a wait and see approach on global outcome and pain from gluteal tendinopathy: Prospective, single blinded, randomised clinical trial. BMJ, 361, k1662. https://doi.org/10.1136/bmj.k1662

Bij GTPS of een zogenaamde slijmbeursontsteking van de heup is alleen rust vaak niet genoeg. De juiste combinatie van belasting aanpassen, compressie verminderen en de bilpezen stapsgewijs sterker maken is meestal de sleutel.

Twijfel je of jouw klachten bij GTPS passen? Laat je heup gericht beoordelen en voorkom dat je blijft zoeken naar losse oefeningen die niet aansluiten bij jouw situatie.

Christian Balkenende

Christian Balkenende

Mijn naam is Christian Balkenende, gespecialiseerd fysiotherapeut met een sterke focus op chronische peesklachten. Mijn grootste interesse ligt in het behandelen van peesproblemen, ondersteund met echografie. Door deze techniek kan ik precies zien wat er speelt in de pees en de behandeling daar nauwkeurig op afstemmen.

Artikelen: 35