Bel ons nu: +31611525672
Pijn diep onder in de bil, vlak bij het zitbeen, die opspeelt tijdens hardlopen, vooroverbuigen of langdurig zitten. Dit zijn herkenbare kenmerken van een proximale hamstring tendinopathie. Deze aandoening wordt ook wel een hoge hamstringtendinopathie genoemd.
Het gaat meestal niet om een plotselinge spierscheuring, maar om een geleidelijk ontstane overbelastingsklacht van de hamstringpees bij de aanhechting op het zitbeen.
Proximale hamstring tendinopathie staat erom bekend dat de klachten langdurig kunnen aanhouden. Veel mensen lopen er al maanden of zelfs jaren mee rond voordat de juiste diagnose wordt gesteld en een gericht behandelprogramma wordt gestart.
Herstel duurt meestal meerdere maanden. Bij onvoldoende belastingsopbouw, aanhoudende compressie of een verkeerde trainingsaanpak kunnen de klachten aanzienlijk langer blijven bestaan.
Wat is een proximale hamstring tendinopathie?
De hamstrings bestaan uit drie spieren aan de achterzijde van het bovenbeen:
- de musculus semimembranosus;
- de musculus semitendinosus;
- de lange kop van de musculus biceps femoris.

Deze spieren lopen aan de bovenzijde over in stevige pezen die aanhechten op het zitbeen, de zogenoemde tuber ischiadicum. De hamstrings zijn onder andere verantwoordelijk voor het buigen van de knie, het strekken van de heup en het afremmen van het been tijdens lopen en sprinten.
Bij een tendinopathie is de belastbaarheid van de pees onvoldoende afgestemd op de belasting die erop wordt uitgeoefend. De pees is niet simpelweg ontstoken en ook niet automatisch beschadigd of versleten.
Er is meestal sprake van een combinatie van een veranderde peesstructuur, een verminderde belastbaarheid, een verhoogde gevoeligheid voor belasting en onvoldoende herstel tussen opeenvolgende belastingsmomenten. Ook kan de kracht en aansturing van de omliggende spieren veranderd zijn.
Bij proximale hamstring tendinopathie speelt bovendien compressie een belangrijke rol. Tijdens zitten, diep bukken, lunges, diepe squats en hamstringrekoefeningen wordt de pees tegen het zitbeen gedrukt.
De combinatie van trekkracht en compressie kan een gevoelige pees blijven prikkelen.
Welke klachten passen bij een proximale hamstring tendinopathie?
De klachten ontstaan meestal geleidelijk. Vaak is er geen duidelijk moment waarop de pijn begon.
Veelvoorkomende symptomen zijn:
- diepe, lokale pijn onder in de bil;
- drukpijn rond het zitbeen;
- pijn bij langdurig zitten;
- meer pijn bij zitten op een harde stoel;
- pijn tijdens of na het hardlopen;
- pijn bij versnellen, sprinten of heuvelop lopen;
- pijn tijdens lunges, deadlifts of diepe squats;
- pijn bij vooroverbuigen met gestrekte knieën;
- een zeurende reactie na het sporten;
- meer klachten later op de dag of de volgende ochtend;
- verminderde kracht of vertrouwen tijdens het afzetten.
De pijn kan soms uitstralen naar de achterzijde van het bovenbeen. Uitstraling betekent niet automatisch dat er sprake is van zenuwpijn.
Bij tintelingen, gevoelsverlies, uitstralende pijn vanuit de lage rug of duidelijk krachtsverlies moet ook worden onderzocht of er sprake is van neurologische betrokkenheid.
Herken je deze klachten?
Pijn rond het zitbeen kan verschillende oorzaken hebben. Een gericht lichamelijk onderzoek helpt om onderscheid te maken tussen een proximale hamstring tendinopathie, zenuwirritatie, lage-rugproblematiek en andere oorzaken van bilpijn.
Waarom blijven de klachten vaak zo lang bestaan?
Proximale hamstring tendinopathie is dikwijls een langdurige klacht doordat de pees gedurende de dag steeds opnieuw wordt belast.
Zelfs wanneer iemand tijdelijk stopt met sporten, blijft de pees belast tijdens zitten, bukken, autorijden, traplopen, tillen, opstaan uit een stoel en wandelen met grote passen.
In de praktijk zie ik regelmatig twee tegenovergestelde strategieën die het herstel kunnen vertragen.
Alleen rust nemen
Bij volledige rust neemt de pijn soms tijdelijk af. De belastbaarheid van de pees, hamstrings en omliggende spieren neemt echter niet toe.
Wanneer iemand na enkele weken rust weer gaat sporten, is de oorspronkelijke sportbelasting vaak nog steeds te zwaar. De klachten keren daardoor snel terug.
Doortrainen en veel rekken
Aan de andere kant blijven sommige mensen intensief sporten of proberen zij de pijnlijke hamstring dagelijks stevig te rekken.
Hierdoor wordt de pees steeds opnieuw blootgesteld aan een combinatie van trekkracht en compressie. Zeker bij een sterk reactieve pees kan dit de klachten in stand houden.
Rust alleen maakt een pees dus niet sterker. Maar te veel of te agressief belasten geeft de pees onvoldoende gelegenheid om zich aan de belasting aan te passen.
De oplossing ligt meestal in een gedoseerde en progressieve opbouw: voldoende belasting om de pees sterker te maken, maar niet zoveel dat de klachten na iedere training langdurig opvlammen.
Waardoor ontstaat proximale hamstring tendinopathie?
Meestal ontstaat de klacht na een verandering in de totale belasting. Dat kan een duidelijke verandering zijn, maar ook een opeenstapeling van kleinere belastingsfactoren.
Mogelijke oorzaken zijn:
- plotseling meer kilometers hardlopen;
- toevoegen van sprint- of intervaltraining;
- meer heuveltraining;
- intensief starten met deadlifts of lunges;
- een snelle gewichtstoename bij krachttraining;
- hervatten van sport na een rustperiode;
- onvoldoende hersteltijd tussen trainingen;
- veel zitten in combinatie met sportbelasting;
- verandering van ondergrond of looptechniek;
- een afgenomen fysieke belastbaarheid.
Ook een periode van onderbelasting kan bijdragen. Wanneer iemand enkele maanden minder beweegt, neemt de capaciteit van de spieren en pezen af.
Een trainingsbelasting die vroeger goed werd verdragen, kan daarna ineens te zwaar zijn.
Niet alleen de hamstring zelf is relevant. De kracht en controle van de bilspieren, kuiten, quadriceps en rompspieren beïnvloeden eveneens de verdeling van krachten tijdens lopen, springen en krachttraining.
Daarom bestaat een goed behandelprogramma uit meer dan alleen enkele hamstringoefeningen.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt in eerste instantie gesteld op basis van het klachtenverhaal en lichamelijk onderzoek.
Belangrijke aanwijzingen zijn:
- geleidelijk ontstane pijn rond het zitbeen;
- pijn bij langdurig zitten;
- pijn bij belasting van de hamstring;
- pijn bij bewegingen met veel heupbuiging;
- lokale drukpijn op de peesaanhechting;
- een herkenbare reactie na sportbelasting.
Tijdens het lichamelijk onderzoek kunnen verschillende provocatietesten worden gebruikt, waaronder de Puranen-Orava-test, de bent-knee-stretchtest en de modified bent-knee-stretchtest. Daarnaast kunnen isometrische krachttesten en weerstandstesten in verschillende heuphoeken worden uitgevoerd.
Geen enkele test is op zichzelf volledig doorslaggevend. De combinatie van het klachtenpatroon, palpatie, krachtonderzoek en meerdere provocatietesten geeft de betrouwbaarste klinische beoordeling.
Ook de lage rug, heup, het bekken en de zenuwstructuren moeten worden beoordeeld wanneer het klachtenbeeld daar aanleiding toe geeft.
Is een echo of MRI noodzakelijk?
Beeldvorming is niet altijd noodzakelijk om de diagnose te stellen. Een echografisch onderzoek of MRI kan wel relevant zijn wanneer de diagnose niet duidelijk is, de klachten langdurig blijven bestaan of er onvoldoende herstel optreedt.
Ook bij een verdenking op een gedeeltelijke scheur, fors krachtsverlies of mogelijke betrokkenheid van andere structuren kan aanvullend beeldvormend onderzoek waardevol zijn.
Met echografie kunnen onder andere de dikte en structuur van de pees worden beoordeeld. Ook kan worden gekeken naar verkalkingen, partiële beschadigingen, vaatvorming en omliggende structuren.
Beeldvorming moet altijd worden gekoppeld aan het klachtenverhaal en lichamelijk onderzoek. Structurele veranderingen kunnen namelijk ook voorkomen bij mensen zonder pijn.
Een verdikte of onregelmatige pees op een echo betekent daarom niet automatisch dat de pees ernstig beschadigd is.
Wil je weten of proximale hamstring tendinopathie de oorzaak van je klachten is?
Tijdens een specialistisch peesonderzoek worden je klachten, kracht, beweeglijkheid en belastbaarheid onderzocht. Waar geïndiceerd kan echografie worden gebruikt om de pees en omliggende structuren in beeld te brengen.
Behandeling van proximale hamstring tendinopathie
De behandeling van een proximale hamstring tendinopathie bestaat uit educatie, loadmanagement, het normaliseren van relevante bewegingsbeperkingen en een progressief opgebouwd krachtprogramma.
Vervolgens moet de pees opnieuw worden voorbereid op compressie, grotere heupbuiging, hardlopen en sportspecifieke belasting. Bij langdurige of stagnerende klachten kan eventueel een aanvullende EPTE-behandeling worden overwogen.
Er bestaat niet één oefening of behandeling waarmee een langdurige proximale hamstringtendinopathie direct verdwijnt. De basis van de behandeling blijft een individueel opgebouwd oefenprogramma waarmee de belastbaarheid van de volledige spier-peesketen stapsgewijs wordt vergroot.
Fase 1: de reactiviteit van de pees verlagen
Wanneer de pees sterk reageert, is het belangrijk om de meest provocerende belasting tijdelijk te verminderen. Dit betekent meestal niet dat iemand volledig moet stoppen met bewegen. Volledige rust verlaagt soms kortdurend de pijn, maar verbetert de belastbaarheid van de pees niet.
In deze eerste fase wordt vooral gekeken naar de activiteiten die de klachten steeds opnieuw uitlokken. Langdurig zitten, diep squatten, grote lunges, sprinten, heuvelop lopen en stevig hamstringrekken kunnen de proximale hamstringpees onder veel compressie en trekkracht brengen. Deze activiteiten hoeven niet altijd volledig te worden geschrapt, maar moeten tijdelijk worden aangepast aan wat de pees op dat moment kan verdragen.
Bij zitten kan het bijvoorbeeld helpen om regelmatig van houding te wisselen, tussendoor te gaan staan of een drukverdelend zitkussen te gebruiken. Bij krachttraining kan de bewegingsuitslag tijdelijk worden verkleind. Een lunge hoeft dan niet direct diep te worden uitgevoerd en bij een Romanian deadlift hoeft de romp nog niet ver naar voren te bewegen.
Ook hardlopen kan soms worden voortgezet. Meestal worden eerst de snelheid, heuveltraining en sprintbelasting verminderd. Rustig lopen op een vlakke ondergrond wordt vaak beter verdragen dan snelle intervallen of grote passen.
Het doel van deze fase is om de totale belasting terug te brengen tot een niveau waarvan de pees binnen ongeveer 24 uur kan herstellen.
Pijn tijdens het oefenen
Een lichte tot matige pijn tijdens een oefening hoeft niet automatisch te betekenen dat de pees wordt beschadigd. Een praktische richtlijn is dat de pijn tijdens langzame krachttraining niet hoger wordt dan ongeveer 4 à 5 op 10.
Het pijncijfer tijdens de oefening is echter niet de enige maatstaf. De reactie in de uren na de training en de volgende ochtend geeft vaak meer informatie. Wanneer zitten na de training duidelijk pijnlijker wordt, de klachten gedurende de dag verder oplopen of de pijn de volgende ochtend nog sterk verhoogd is, was de belasting waarschijnlijk te zwaar.

In dat geval kan de volgende training worden aangepast door minder gewicht te gebruiken, de bewegingsuitslag te verkleinen, minder sets uit te voeren of een extra hersteldag in te plannen.
Fase 2: starten met isometrische oefeningen bij hoge reactiviteit
Wanneer de reactiviteit hoog is, kan worden gestart met isometrische oefeningen. Bij een isometrische oefening spant de spier aan zonder dat er veel beweging in het gewricht plaatsvindt. Hierdoor kan de hamstring gecontroleerd worden belast, terwijl de pees nog niet door een grote bewegingsuitslag hoeft te bewegen.
Een veelgebruikte startoefening is de hamstring bridge. Daarbij ligt iemand op de rug met de voeten op de grond en wordt het bekken opgetild. Deze positie wordt vervolgens gedurende een bepaalde tijd vastgehouden. Afhankelijk van de belastbaarheid kan worden begonnen met twee benen en later worden opgebouwd naar een eenbenige variant.
Andere mogelijkheden zijn een liggende of staande hamstring curl waarbij de voet tegen een vaste weerstand wordt gedrukt. De spier levert dan kracht, maar de knie blijft vrijwel in dezelfde positie.
Een mogelijke startdosering bestaat uit vier tot vijf herhalingen van 30 tot 45 seconden, met ongeveer 60 tot 90 seconden rust tussen de herhalingen. De oefening moet zwaar genoeg zijn om de hamstrings duidelijk te voelen werken, maar de pijn en techniek moeten controleerbaar blijven.
Isometrische oefeningen zijn vooral een praktische instapvorm. Ze zijn niet bij iedereen direct pijnstillend en hoeven niet wekenlang de enige trainingsvorm te blijven. Zodra bewegende oefeningen goed worden verdragen, moet worden opgebouwd naar isotone krachttraining.
Fase 3: beweeglijkheid normaliseren met gerichte rekoefeningen
Een volledig herstelprogramma bestaat niet alleen uit krachttraining. Wanneer tijdens het onderzoek duidelijke beperkingen worden gevonden in de beweeglijkheid van de heup, lage rug, het bekken of omliggende spiergroepen, kunnen mobiliteits- en rekoefeningen worden toegevoegd.
Het doel is niet om iemand zo lenig mogelijk te maken. De beweeglijkheid moet voldoende zijn om normaal te kunnen lopen, bukken, tillen, sporten en krachttrainen. Alleen bewegingsrichtingen die daadwerkelijk beperkt zijn en invloed hebben op de klacht, hoeven te worden behandeld.
Bij proximale hamstring tendinopathie moet voorzichtig worden omgegaan met traditionele hamstringrekoefeningen. Wanneer de heup ver wordt gebogen en de knie tegelijkertijd gestrekt blijft, komt de hamstringpees op rek. Tegelijkertijd wordt de pees tegen het zitbeen gedrukt. Vooral bij een reactieve pees kan deze combinatie de pijn verergeren.
In de eerste fase wordt daarom vaak begonnen met rustige mobiliteit van de heup, lage rug, heupflexoren, bilregio en adductoren. Deze oefeningen mogen geen langdurige toename van de pijn rond het zitbeen veroorzaken.
Naarmate de reactiviteit afneemt, kan de hamstring geleidelijk aan langere posities worden blootgesteld. De beweging wordt dan stap voor stap groter, zonder direct langdurig of maximaal te rekken. Het uiteindelijke doel is niet om hamstringrek permanent te vermijden, maar om de pees opnieuw tolerant te maken voor bewegingen met meer heupbuiging.
Fase 4: opbouwen naar zware, langzame krachttraining
Zodra bewegende oefeningen goed worden verdragen, wordt de trainingsbelasting geleidelijk verhoogd. De hamstrings moeten uiteindelijk voldoende kracht ontwikkelen om dagelijkse activiteiten, werk, hardlopen en sportbelasting aan te kunnen.
In de eerste trainingsfase kan worden gewerkt met relatief eenvoudige oefeningen, zoals een hamstring bridge, een leg curl of een hip thrust. Deze oefeningen belasten de hamstrings zonder dat de heup direct ver gebogen hoeft te worden.
Wanneer dit goed gaat, kunnen oefeningen worden toegevoegd waarbij de hamstring op een grotere lengte kracht moet leveren. Voorbeelden zijn een Romanian deadlift, een split squat, een lunge of een eenbenige deadlift. De bewegingsuitslag wordt eerst beperkt gehouden en daarna geleidelijk vergroot.
De opbouw kan starten met twee tot drie sets van ongeveer 10 tot 15 herhalingen. Naarmate de kracht verbetert, kan het gewicht worden verhoogd en het aantal herhalingen worden verlaagd. Uiteindelijk kan worden toegewerkt naar drie tot vijf sets van zes tot acht zware herhalingen.
De beweging wordt rustig en gecontroleerd uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan twee seconden tijdens de opgaande beweging en drie seconden tijdens de neergaande beweging. Hierdoor blijft de uitvoering controleerbaar en wordt de spier-peesketen gedurende langere tijd onder spanning gebracht.
Het gewicht moet uiteindelijk zwaar genoeg zijn om een trainingsadaptatie te veroorzaken. Alleen lichte oefeningen uitvoeren zonder duidelijke vermoeidheid is bij langdurige peesklachten vaak onvoldoende om de belastbaarheid structureel te verbeteren.
Fase 5: de gehele bewegingsketen trainen
De hamstringpees functioneert niet geïsoleerd. Tijdens lopen, springen en krachttraining werkt de hamstring samen met de bilspieren, quadriceps, kuiten, adductoren en rompspieren.
Wanneer een van deze spiergroepen onvoldoende kracht of controle heeft, kan een groter deel van de belasting bij de hamstrings terechtkomen. Daarom wordt tijdens de revalidatie niet alleen gekeken naar de pijnlijke pees, maar naar de volledige kinetische keten.
Bij hardlopers is bijvoorbeeld de kracht van de kuitspieren van belang voor de afzet. De bilspieren spelen een belangrijke rol bij heupstrekking en het controleren van het bekken. De quadriceps vangen belasting op tijdens landing, traplopen en kniebuiging.
Het programma kan daarom worden uitgebreid met hip thrusts, calf raises, step-ups, split squats en knie-extensies. Ook eenbenige oefeningen kunnen worden gebruikt om de controle van de heup, knie en romp te verbeteren.
Welke oefeningen nodig zijn, hangt af van het lichamelijk onderzoek en de activiteit waarnaar iemand wil terugkeren. Een hardloper heeft andere einddoelen dan iemand die vooral langdurig wil kunnen zitten of zwaar lichamelijk werk uitvoert.
Fase 6: compressie opnieuw opbouwen
In de eerste fase wordt compressie vaak tijdelijk verminderd. Dat betekent echter niet dat diepe heupbuiging voor altijd moet worden vermeden.
Uiteindelijk moet iemand weer kunnen zitten, bukken, tillen, squatten en sporten. De proximale hamstringpees moet daarom opnieuw worden voorbereid op bewegingen waarbij hij tegen het zitbeen wordt gedrukt.
Dit gebeurt geleidelijk. Bij een Romanian deadlift wordt bijvoorbeeld eerst slechts een kleine heupbuiging gebruikt. Wanneer dit goed wordt verdragen, kan de romp verder naar voren bewegen en kan het gewicht worden verhoogd.
Hetzelfde principe kan worden toegepast bij een split squat of lunge. In het begin blijft de pas korter en de beweging relatief hoog. Later kan de pas worden vergroot en kan dieper worden gezakt.
De bewegingsuitslag wordt alleen verder opgebouwd wanneer de reactie tijdens de training en in de daaropvolgende 24 uur acceptabel blijft. Een lichte gevoeligheid hoeft geen probleem te zijn, maar de klachten mogen niet iedere keer langdurig toenemen.
Deze fase is essentieel. Iemand kan sterk worden in een kleine bewegingsuitslag, maar toch klachten houden bij diep bukken of lang zitten. De pees moet specifiek worden voorbereid op de posities waarin de klachten in het dagelijks leven of tijdens sport ontstaan.
Fase 7: terug naar hardlopen en explosieve belasting
Hardlopen, sprinten en veldsporten vragen meer van de hamstringpees dan gewone krachttraining. Tijdens deze activiteiten moet de pees in korte tijd veel kracht verwerken en weer afgeven.
De terugkeer naar hardlopen begint meestal met rustig lopen op een vlakke ondergrond. Eerst worden korte loopblokken gebruikt, eventueel afgewisseld met wandelen. Wanneer de reactie in de eerste 24 uur goed blijft, kunnen de loopblokken en de totale afstand worden vergroot.

Pas daarna wordt het tempo verhoogd. Vervolgens kunnen versnellingen, heuveltraining en sprintbelasting worden toegevoegd. Het is verstandig om afstand en snelheid niet tegelijkertijd fors te verhogen. Een kleine toename in snelheid kan de belasting op de hamstringpees al aanzienlijk vergroten.
Bij veld- en zaalsporten worden in een latere fase ook richtingsveranderingen, remmen, springen en sportspecifieke bewegingen getraind. Deze belasting wordt pas toegevoegd wanneer de basiskracht voldoende is en rustig hardlopen goed wordt verdragen.
Blijven je klachten terugkomen zodra je meer gaat sporten?
Een algemeen oefenschema houdt vaak onvoldoende rekening met jouw kracht, sportbelasting en reactie in de eerste 24 uur. Met een individueel belastingsplan kan de overgang van krachttraining naar hardlopen of sport nauwkeuriger worden opgebouwd.
Kan EPTE helpen bij proximale hamstring tendinopathie?
EPTE staat voor echogeleide percutane therapeutische elektrolyse. Tijdens deze behandeling wordt onder echografische begeleiding een dunne naald in het aangedane peesgebied geplaatst. Via de naald wordt een lage galvanische stroom toegediend.
De behandeling is gericht op het lokaal stimuleren van een gecontroleerde weefselreactie. EPTE wordt bij voorkeur niet losstaand toegepast, maar gecombineerd met actieve revalidatie.
De wetenschappelijke onderbouwing moet hierbij genuanceerd worden geïnterpreteerd. Er is onderzoek naar percutane elektrolyse bij verschillende tendinopathieën, maar specifiek hoogwaardig onderzoek naar EPTE bij proximale hamstring tendinopathie is nog beperkt.
EPTE kan daarom worden overwogen bij langdurige klachten waarbij de diagnose duidelijk is en een zorgvuldig opgebouwd oefenprogramma onvoldoende vooruitgang geeft. Echografie kan worden gebruikt om te beoordelen waar de peesveranderingen zich bevinden en of er een geschikt behandelgebied aanwezig is.
De behandeling vervangt geen krachttraining of loadmanagement. Ook na EPTE moet de pees progressief worden belast. Zonder deze actieve opbouw verandert de belastbaarheid van de spier-peesketen onvoldoende.
Omdat EPTE een invasieve behandeling is, moet vooraf worden beoordeeld of er contra-indicaties aanwezig zijn. De behandeling moet worden uitgevoerd door een hiervoor opgeleide behandelaar en onder echografische begeleiding.
Wil je weten of EPTE bij jouw proximale hamstring tendinopathie past?
EPTE is niet bij iedere vorm van bil- of hamstringpijn geïndiceerd. Eerst moet worden vastgesteld welke structuur de klachten veroorzaakt, hoe reactief de pees is en of aanvullende behandeling daadwerkelijk meerwaarde kan hebben.
Hoe lang duurt het herstel?
De hersteltijd verschilt sterk per persoon. Een relatief recente klacht met een beperkte vermindering van kracht kan sneller herstellen dan een klacht die al meerdere jaren aanwezig is.
Bij langdurige proximale hamstring tendinopathie moet meestal worden gedacht in maanden in plaats van weken. Alleen het verbeteren van de kracht en belastbaarheid van de hamstrings kan drie tot zes maanden of langer duren. Daarna moet deze kracht nog worden vertaald naar langdurig zitten, werk, hardlopen en sportspecifieke belasting.
Herstel kan worden vertraagd wanneer iemand steeds wisselt tussen volledige rust en plotselinge overbelasting. Ook onvoldoende zware krachttraining, een te snelle trainingsopbouw, veel dagelijkse zitbelasting en onvoldoende herstel tussen trainingen kunnen een rol spelen.
Daarnaast kunnen bijkomende klachten vanuit de lage rug, heup of zenuwstructuren het herstel beïnvloeden. Daarom is het belangrijk om de diagnose opnieuw te beoordelen wanneer een goed uitgevoerd programma onvoldoende resultaat geeft.
Het herstel verloopt zelden volledig lineair. Een tijdelijke toename van pijn betekent niet automatisch dat de pees opnieuw is beschadigd. Vaak betekent het dat de totale belasting tijdelijk hoger was dan de actuele belastbaarheid. De belasting kan dan kortdurend worden aangepast, waarna de opbouw weer wordt hervat.
Veelgestelde vragen over proximale hamstring tendinopathie
Kan een proximale hamstring tendinopathie volledig herstellen?
Ja. Veel mensen kunnen hun dagelijkse activiteiten en sportniveau weer hervatten. Herstel vraagt meestal wel om een langdurige en consistente opbouw van kracht, beweeglijkheid, compressietolerantie en sportspecifieke belasting.
Moet ik mijn hamstring rekken?
Gerichte rekoefeningen kunnen worden gebruikt om een daadwerkelijke bewegingsbeperking te normaliseren. Bij een sterk reactieve pees moet agressief hamstringrekken echter worden vermeden. Daarbij wordt de pees zowel op rek als onder compressie gebracht.
Later in het herstel moet de tolerantie voor langere hamstringposities juist geleidelijk worden opgebouwd.
Zijn isometrische oefeningen de beste oefeningen?
Niet per definitie. Isometrische oefeningen zijn vaak een geschikte start wanneer de reactiviteit hoog is of bewegende oefeningen te gevoelig zijn.
Uiteindelijk moet vrijwel altijd worden opgebouwd naar bewegende en zwaardere krachtoefeningen. Alleen isometrisch trainen is meestal onvoldoende om volledig terug te keren naar sport.
Mag ik blijven hardlopen?
Vaak wel, mits de afstand, snelheid, ondergrond en frequentie worden aangepast aan de reactie van de pees.
Rustig hardlopen wordt meestal beter verdragen dan sprinten, heuveltraining of snelle intervallen. De klachten mogen tijdens het lopen licht aanwezig zijn, maar mogen in de volgende 24 uur niet duidelijk toenemen.
Is zitten schadelijk voor de pees?
Tijdens zitten wordt de proximale hamstringpees tegen het zitbeen gedrukt. Dit betekent niet automatisch dat er nieuwe schade ontstaat.
Langdurig zitten kan de reactiviteit van een gevoelige pees wel verhogen. Regelmatig van houding wisselen, tussendoor opstaan en eventueel een drukverdelend zitkussen gebruiken kunnen helpen.
Helpt volledige rust?
Volledige rust kan de pijn tijdelijk verminderen, maar maakt de pees niet sterker. Bij hervatting van sport keren de klachten daardoor regelmatig terug.
Relatieve rust in combinatie met gedoseerde krachttraining is meestal effectiever dan volledige inactiviteit.
Kan EPTE de pees genezen?
EPTE kan mogelijk als aanvullende behandeling worden ingezet, maar is geen opzichzelfstaande genezing.
Een duurzaam herstel vraagt nog steeds om het opbouwen van kracht, bewegingscontrole, compressietolerantie en sportbelasting. De wetenschappelijke onderbouwing voor EPTE specifiek bij proximale hamstring tendinopathie is nog beperkt.
Hoeveel EPTE-behandelingen zijn nodig?
Dit verschilt per patiënt en hangt af van de diagnose, klachtenduur, echografische bevindingen en reactie op de behandeling.
Het aantal sessies moet niet vooraf als vaste garantie worden gepresenteerd. De voortgang wordt beoordeeld aan de hand van pijn, functie, kracht en belastbaarheid.
Is een MRI noodzakelijk?
Nee. De diagnose kan vaak worden gesteld op basis van het klachtenverhaal en lichamelijk onderzoek.
Een MRI of echo is vooral relevant bij diagnostische twijfel, fors krachtsverlies, een verdenking op een partiële scheur of onvoldoende herstel.
Wanneer moet ik de klachten laten onderzoeken?
Laat de klachten beoordelen wanneer de pijn rond het zitbeen langdurig aanwezig blijft, sporten steeds opnieuw tot een terugval leidt of zitten steeds moeilijker wordt.
Ook tintelingen, gevoelsverlies, uitstralende pijn of duidelijk krachtsverlies zijn redenen voor aanvullend onderzoek. Een plotselinge felle pijn met een knap, blauwe verkleuring of direct krachtsverlies moet snel worden beoordeeld om een hamstringruptuur uit te sluiten.
Conclusie
Proximale hamstringtendinopathie is meestal een langdurige peesklacht rond de aanhechting van de hamstring op het zitbeen. De combinatie van trekkracht en compressie verklaart waarom zitten, hardlopen, diep bukken en hamstringrekken de klachten kunnen uitlokken.
De behandeling begint met het reguleren van provocerende belasting. Wanneer de reactiviteit hoog is, kunnen isometrische oefeningen een geschikte eerste stap zijn. Daarnaast worden relevante bewegingsbeperkingen genormaliseerd met gerichte mobiliteits- en rekoefeningen.
Vervolgens wordt de belasting opgebouwd naar zware, langzame krachttraining. Daarbij worden niet alleen de hamstrings getraind, maar ook de bilspieren, kuiten, quadriceps en rompspieren. In een latere fase wordt de pees opnieuw voorbereid op compressie, diepere heupbuiging, hardlopen en explosieve sportbelasting.
Bij langdurige of stagnerende klachten kan EPTE eventueel als aanvullende behandeling worden overwogen. EPTE vervangt echter nooit de actieve revalidatie.
De pees hoeft niet volledig pijnvrij te zijn voordat deze mag worden belast. De reactie tijdens de activiteit en in de eerste 24 uur daarna bepaalt of de dosering passend is.
Met een gerichte diagnose, goede belastingssturing en voldoende tijd kan de belastbaarheid van de proximale hamstringpees meestal aanzienlijk worden verbeterd.
Langdurige pijn rond het zitbeen?
Bij PeesExpert Chris krijg je een gericht onderzoek naar de oorzaak van je klachten. Op basis van je kracht, beweeglijkheid, reactiviteit en eventuele echografische bevindingen wordt een persoonlijk behandel- en belastingsplan opgesteld.
Deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen individueel lichamelijk, fysiotherapeutisch of echografisch onderzoek.
Bronnen
Asensio-Olea, L., Leirós-Rodríguez, R., Marqués-Sánchez, M. P., Oliveira de Carvalho, F., & Maciel, L. Y. S. (2023). Efficacy of percutaneous electrolysis for the treatment of tendinopathies: A systematic review and meta-analysis. Clinical Rehabilitation, 37(5), 627–641. https://doi.org/10.1177/02692155221144272
Augustyn, D., De Beer, M., & Van Rooyen, C. (2022). The effectiveness of intratissue percutaneous electrolysis for the treatment of tendinopathy: A systematic review. South African Journal of Sports Medicine, 34(1), 1–10. https://doi.org/10.17159/2078-516X/2022/v34i1a12754
Cacchio, A., Borra, F., Severini, G., et al. (2012). Reliability and validity of three pain provocation tests used for the diagnosis of chronic proximal hamstring tendinopathy. British Journal of Sports Medicine, 46(12), 883–887. https://doi.org/10.1136/bjsports-2011-090325
Da Silva, A. C. T., et al. (2024). Effect of percutaneous electrolysis on pain and disability in individuals with tendinopathy: Systematic review and meta-analysis. Journal of Bodywork and Movement Therapies, 40, 640–649.
Dizon, P., Jeanfavre, M., Leff, G., & Norton, R. (2023). Comparison of conservative interventions for proximal hamstring tendinopathy: A systematic review and recommendations for rehabilitation. Sports, 11(3), 53. https://doi.org/10.3390/sports11030053
Goom, T. S. H., Malliaras, P., Reiman, M. P., & Purdam, C. R. (2016). Proximal hamstring tendinopathy: Clinical aspects of assessment and management. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 46(6), 483–493. https://doi.org/10.2519/jospt.2016.5986
Mattiussi, G., & Moreno, C. (2016). Treatment of proximal hamstring tendinopathy-related sciatic nerve entrapment: Presentation of an ultrasound-guided intratissue percutaneous electrolysis application. Muscles, Ligaments and Tendons Journal, 6(2), 248–252.
Nasser, A. M., Pizzari, T., Grimaldi, A., Vicenzino, B., Rio, E., & Semciw, A. I. (2021). Proximal hamstring tendinopathy: Expert physiotherapists’ perspectives on diagnosis, management and prevention. Physical Therapy in Sport, 48, 67–75. https://doi.org/10.1016/j.ptsp.2020.12.008
Nasser, A. M., Vicenzino, B., Grimaldi, A., Anderson, J., & Semciw, A. I. (2021). Proximal hamstring tendinopathy: A systematic review of interventions. International Journal of Sports Physical Therapy, 16(2), 288–305. https://doi.org/10.26603/001c.21250
Rich, A., Cook, J., Hahne, A., & Ford, J. (2025). Treatment of proximal hamstring tendinopathy with individualized physiotherapy: A clinical commentary. International Journal of Sports Physical Therapy, 20(6), 892–910. https://doi.org/10.26603/001c.138308
Zissen, M. H., Wallace, G., Stevens, K. J., Fredericson, M., & Beaulieu, C. F. (2010). High hamstring tendinopathy: MRI and ultrasound imaging and therapeutic efficacy of percutaneous corticosteroid injection. American Journal of Roentgenology, 195(4), 993–998. https://doi.org/10.2214/AJR.09.3674